Kompas Sliedrecht – 6 april 2017

#

‘Helden vind je ook heel. dichtbij’

Hernieuwde en brede aandacht voor liniecrossers

Erik de Bruin
SLIEDRECHT ,,Het móet goed worden vastgelegd. Als onze generatie dat niet doet, is het over. Dan dreigen hun verzetsdaden in de vergetelheid te raken.” Heldere en krachtige woorden van de 70-jarige Ab van Gool wiens vader Bertus leiding gaf aan de crossings die tijdens de hon-gerwinter van 44-45 plaatsvonden van Sliedrecht naar Lage Zwaluwe. Van bezet naar bevrijd gebied. En omgekeerd. Koos Hoevenaar, één van de 21 liniecrossers die zich in-zette voor de Albrechtgroep, een inlichtingendienst c.q. spionagenet-werk met afdelingen in heel Ne-derland, woonde in Lage Zwaluwe. ,,Met zijn zoon Martien, die daar samen met Piet Meeuwissen en Jo-pie Zasburg een stichting heeft op-gericht, werken we nauw samen.” ‘We’ zijn de vijf bestuursleden van de net tot stand gebrachte Stichting Linie-Crossers Sliedrecht. Hoewel de website nog onder constructie is, is al wel een opvallende zin te lezen, namelijk: ‘De liniecrossers van Slie-drecht verdienen meer aandacht, met dit doel is de stichting opge-richt.’ ,,Aandacht is er wel, maar het is onvolledig”, steekt Willem van der Vlist van wal. ,,Dat het zo miniem is verbaast mij want je kunt er zóveel over schrijven.”

Van der Vlist (41) zit de stichting voor en wil er alles uithalen. ,,Plaats foto’s van de liniecrossers bij het cross-monument op het Albrechtplein en licht elk jaar een ander verhaal uit als de overdracht plaatsvindt.” Hij heeft het over de adoptie die in de week voor 4 en 5 mei plaatsvindt. Leerlingen van de Henri Dunant dragen zelfgeschreven gedichten voor, plaatsen herdenkingskran-sen en dragen het monument over. Een jaar later vindt hetzelfde ritueel plaats. ,,Hartstikke goed natuurlijk, maar waarom wordt het niet breder getrokken? Geef de 21 liniecrossers, die allemaal een Koninklijke onder-scheiding hebben gekregen, boven-dien de eer die ze verdienen. Daar willen wij voor gaan zorgen.”

DOCUMENTAIRE Ten eerste door, zoals dat ook al vele jaren in Lage Zwaluwe gebeurt, presentaties te geven op alle basisscholen. ,,Maar we gaan verder”, vertelt Van Gool. ,,Alle informatie die we hebben ver-zameld, waaronder krantenknipsels die nabestaanden hebben bewaard, verstrekken we aan een krijgshisto-ricus, die in opdracht van de stich-ting (we zijn druk met fondsenwer-ving bezig) een boek gaat schrijven. Zodat het blijft bewaard voor het na-geslacht.” Zijn eigen kinderen toon-den, zo geeft hij toe, weinig belang-stelling. ,,Om eerlijk te zijn heb ik er zelf ook niet naar gevraagd toen ik jong was. Mijn vader begon er uit zichzelf niet over. Hij sloeg zich niet op de borst. Een karaktereigen-schap die de liniecrossers gemeen hebben. Het waren allemaal rustige, gesloten figuren. Hun daden voor het voetlicht brengen, zoals wij nu beogen, hoefde voor hen helemaal niet. De NCRV maakte in de jaren zestig een documentaire over het crosswerk. Onder andere mijn vader doet voor de camera, met de Nieuwe Merwede bij de Kop van ‘t Land in Dordrecht op de achtergrond (daar stonden de mitrailleurposten van de Duitsers en werden lichtkogels afgevuurd) openhartig zijn verhaal. Ik kan me herinneren dat dit wel met enige moeite gepaard is gegaan. Er was wat overredingskracht voor nodig.” Indrukwekkend is het wel. Het aantal crossings (374 in een tijdsbestek van zes maanden), de ontberingen, het gevaar … . 2 van de 21 liniecrossers, Arie van Driel uit Werkendam en Kees van de Sande uit Sleeuwijk, moesten hun held-haftigheid bekopen met de dood. Ze vielen half maart in de klauwen van de bezetter en werden op 30 april, vijf dagen voor de bevrijding, gefu-silleerd. Al die tijd hebben ze, terwijl ze vele martelingen moesten door-staan, hun mond gehouden.

DE WILGENHORST ,,Ze zagen zichzelf misschien niet als helden, maar dat waren ze natuurlijk wel”, zegt Van der Vlist. ,,Neem Bertus van Gool zelf. Ab kan misschien niet de loftrompet steken over zijn vader, ik wel. Zijn huis was tevens het hoofd-kwartier van de liniecrossers. Vlak onder de neus van de Duitsers, in een groot herenhuis op de dijk, de Wilgenhorst geheten, waar hij in-woonde bij zijn schoonouders en waar de bezetter was ingekwartierd, hielden ze zich schuil in een onvind-bare en onhoorbare geheime kelder. Dit was het eindpunt van de post-dienst boven de grote rivieren, dat nog bezet was, en het beginpunt van de crossline. Behalve spionagema-teriaal – berichten en foto’s – werden ook mensen overgezet naar het be-vrijde zuiden. Zoals generaal Hac-kett, wat algemeen bekend is (hij raakte gewond bij de Slag om Arn-hem, red.), maar denk ook aan een Engelse piloot, die eerst op krachten moest komen en drie maanden werd verzorgd. Vanuit Lage Zwaluwe na-men ze medicijnen mee. De Duitsers wisten dat er iets gaande was, maar konden er nooit de vinger op leggen. Alhoewel ze heel dichtbij waren. Ene Bertus was de centrale figuur. Daar waren ze via contra-spionage achtergekomen, maar dat het om deze Bertus ging, een, in hun ogen, eenvoudige machinebankwerker, kon niet. Het moest een academicus zijn. Een hooggeschoolde officier. Niets is minder waar. Het waren al-lemaal jonge knapen van 17 tot en met 25 jaar die ongetraind, onder primitieve omstandigheden en met zeer beperkte middelen (ze kano-den of roeiden door de Biesbosch en over drie rivieren) een bijzondere missie uitvoerden. Met gevaar voor eigen leven. Ze waren voor de duvel niet bang. Wat mede komt omdat de meesten een rotsvast vertrouwen hadden in het geloof. Die achter-gronden zijn van belang. We belich-ten ook de context. Ik ben er gefasci-neerd door geraakt en ik weet zeker dat dit de jeugd ook zal aanspreken. Mensen zijn altijd op zoek naar hel-den. Soms vind je ze ver weg, maar ze kunnen ook heel dichtbij zijn.”

MUSEUMEXPOSITIE ,,Het mag in elk geval nooit worden vergeten”, sluit hij strijdbaar af. Het Sliedrechts Museum op de Kerkbuurt helpt een handje mee. De nieuwe expositie, die op vrijdag 28 april wordt geopend, gaat over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en de liniecrossers in het bijzonder. De nachtelijke rou-te door de Sliedrechtse en langs de Brabantse Biesbosch kan worden bewonderd alsmede een kano van een crosser en een seinlamp. Plus oude foto’s en krantenknipsels en de al genoemde NCRV-documentai-re. RTV Dordrecht heeft in opdracht van het museum een mini-docu-mentaire gemaakt waarin nabe-staanden worden geïnterviewd. Twee jaar geleden werd het enigs-zins geromantiseerde ‘Biesbosch onder vuur’, dat deels fictie is, ge-maakt. Scholen worden uitgenodigd om zowel de tentoonstelling als de film te bekijken.

Laat een reactie achter